In 2019 werd ik vrijwilliger bij Staatsbosbeheer in Amsterdam Noord. Hier heb ik op het Varkensland geholpen met het beheren van het veenweidegebied rondom Waterland en Ilpendam. Ik vond het zo belangrijk en interessant dat ik besloot een cursus Voedselbos te volgen. De kennis die ik daar heb opgedaan, is nodig voor een betere toekomst op het gebied van landbouw. In 2022 kreeg ik de kans om aan De Kaag, vlakbij Leiden een eigen project te starten. En nu werk ik ook met natte rijstteelt, hop, wijnstokken en cranberryvelden in het voedselbos. We zullen in de toekomst water moeten vasthouden in het veenweidegebied, in plaats van het er juist uitpompen wat we nu doen. Daarom onderzoek ik welke teelten er op nattere gronden mogelijk zijn.
Stichting De buffelbes heeft zijn naam te danken aan indianen uit Noord- Amerika, die de bes samen met Buffalo vlees aten. De bes groeit daar in de uiterwaarden van rivieren, waar het heel nat, maar ook heel droog kan zijn. Het is een dus een goede bes om op de veenweides uit te proberen.
Het doel van Stichting De buffelbes, een voedselbos op veen, is:
- Het creëren en beheren van een voedselbos op veengrond
- Het monitoren en verbeteren van een nieuwe vorm van landbouw op natte gronden, met het oog op de toekomst
- Het creëren van meer biodiversiteit
- Het oogsten van noten, fruit, bessen en andere eetbare planten die biologisch verantwoord en onbespoten zijn
- Mensen uit de stad weer in contact brengen met het platteland

Hoe werken we?
Op De buffelbes groeien meerjarige eetbare struiken, planten en kruiden. Dit betekent dat met de jaren dat de planten groeien, er steeds meer oogst komt en de biodiversiteit toeneemt. Door niet te ploegen en te bemesten laten we de grond met rust, zodat de bodem verbetert. En omdat we een grote verscheidenheid aan planten in de grond zetten, zorgen we ervoor dat het systeem zichzelf voedt. Dus de blaadjes die van de gagelstruiken vallen, zijn weer voedingsstoffen voor de appels en peren. Zo werkt alles in het voedselsysteem samen.
We planten jong aan zodat de planten zich kunnen zetten en zich kunnen aanpassen aan de omgeving waarin ze staan. Op deze manier worden de planten sterker en ouder. Dit betekent wel dat de eerste vijf jaar alles wat het systeem oplevert, terug gestopt wordt in het systeem en er dus nog geen oogst is. Ga ervan uit dat een fruitboompje die we aanplanten na een jaar of vijf groot genoeg is om vruchten te geven. Tegelijkertijd is het zo dat hij veel langer meegaat dan een fruitboompje in een op rijen geteelde fruitgaard: vijfentwintig jaar ten opzichte van zeven jaar! Daarnaast hoeft onze fruitboom niet vijfentwintig keer per jaar bespoten te worden tegen plagen, schimmels en ziekten, wat wel in de reguliere fruitteelt gebeurt. We hebben dus geduld nodig en moeten geloven in de kracht die de natuur in zich heeft om te werken naar een evenwichtig systeem.
Sander Roeleveld