Hoe werken we?

Op De buffelbes groeien meerjarige eetbare struiken, planten en kruiden. Dit betekent dat met de jaren dat de planten groeien, er steeds meer oogst komt en de biodiversiteit toeneemt. Door niet te ploegen en te bemesten laten we de grond met rust, zodat de bodem verbetert. En omdat we een grote verscheidenheid aan planten in de grond zetten, zorgen we ervoor dat het systeem zichzelf voedt. Dus de blaadjes die van de gagelstruiken vallen, zijn weer voedingsstoffen voor de appels en peren. Zo werkt alles in het voedselsysteem samen.

We planten jong aan zodat de planten zich kunnen zetten en zich kunnen aanpassen aan de omgeving waarin ze staan. Op deze manier worden de planten sterker en ouder. Dit betekent wel dat de eerste vijf jaar alles wat het systeem oplevert, terug gestopt wordt in het systeem en er dus nog geen oogst is. Ga ervan uit dat een fruitboompje die we aanplanten na een jaar of vijf groot genoeg is om vruchten te geven. Tegelijkertijd is het zo dat hij veel langer meegaat dan een fruitboompje in een op rijen geteelde fruitgaard: vijfentwintig jaar ten opzichte van zeven jaar! Daarnaast hoeft onze fruitboom niet vijfentwintig keer per jaar bespoten te worden tegen plagen, schimmels en ziekten, wat wel in de reguliere fruitteelt gebeurt. We hebben dus geduld nodig en moeten geloven in de kracht die de natuur in zich heeft om te werken naar een evenwichtig systeem.